vrijdag 20 december 2013

rupsenverslag 20/12

Onze laatste dag voor de vakantie was er ééntje om te genieten! 
Zalig om te zien wat de rupsen al allemaal geleerd hebben en kunnen toepassen.

Het eekhoorntje van de dag.


In de turnles werd er vandaag geturnd met touwen.



In de muziekkring leerden we een heel speciale tamboerijn kennen. 
Er zaten kleine bolletjes in en als we er zachtjes mee wiegen is het precies de wind.







We ruimden ook samen onze kerstboom op. 
Voorzichtig de vlindertjes, balletjes en slingers eruit halen.









Eindproduct.

Ons eindproduct.
"Hoe kunnen we het snelst in de wind lopen?"
 
Allemaal een krant. Klaar...start!
 
De kleuters ervaarden al snel dat het tegen wind makkelijker was om de krant niet te verliezen.
 

 



 
Uit welke richting waait de wind?
Hé, ingewikkeld hoor,
want de krant waait de andere richting uit... Hmmmm.



 
 
Kunnen we de krant tegen de wind in gooien?
Neen, dat lukt ons echt niet.
De krant keerde gewoon terug.


 

 
 
 
Opruimen,
dankjewel Jolien!
 

Vraag van de week.

Ons eekhoorntje van de dag:



Vraag van de week:
"Wat als bomen konden praten"

 
Nayeli: Ik zou dan mij erachter verstoppen en dan praat ik tegen de boom om te zeggen dat ik erachter zit. Dan zegt de boom iets tegen het kindje die mij zoekt. Dat kindje vindt mij dan niet, want hij denkt dat het de boom is!
 
Connor: Dan zouden ze sprookjes vertellen van een heks en roodkapje.
 
Soraya: Ik heb dat op TV gezien.
 
Odin: Dan zeg ik tegen de boom: "Hallo". De boom zou mij ook sprookjes vertellen, maar anders dan van Connor, bij mji zijn het sprookjes van monsters.
 
Mauro: Dan praat het water tegen de boom, en ook het strand en ook het kasteel met ridders. Ridders kunnen ook praten! Dan zeggen ze bonjour tegen elkaar, ze spreken zo tegen elkaar. Er was ook een boot bij, die kon ook praten. Kussens ook, en die zeggen ook bonjour. Letters en cijfers zeggen ook bonjour.
 
Kyleigh: Als ik iets tegen de boom gooi, dan zou hij praten.
 
Qju: Dan zou ik eerst het vragen of ik in die boom mag klimmen. Als hij "ja" zegt, dan ga ik klimmen. Als hij "neen" zegt, dan ga ik eens op zijn poep slaan en dan ga ik naar een andere boom.
 
Milan: Dan zou ik hem vaststeken in 't strand om erin te klimmen, maar dat kan eigenlijk ook met een boom die niet kan praten.
 
Jolien: Ik weet dat niet dat een boom kan praten.
 
Lentel: Dan zou zijn mond opengaan en dan zou je ook een neus en een mond zien. Dan heeft hij ook pootjes en kan dan ook stappen. Dan zou hij stappen naar Mauro. (Mauro laat blijken dat hij dat niet wil) Okéééé, dan zou hij stappen naar Odin.
 
Caitlin: De boom kan Frans en Engels. De boom zegt dan: "toekivver", en dan gaan alle bomen in de eendenvijver springen. De bomen praten dan tegen elkaar, ook tegen de bomen die ik niet ken. Ook tegen een kerstboom.
 
Toen draaide het gesprek naar onze eigen kerstboom in onze kring:
Wat als hij praten kon? Wat zou onze kerstboom dan zeggen tegen ons?
Dan zegt hij:
"Odin, zal ik jou een boekje voorlezen?"
"Mauro, wil je een appeltje en een banaan snijden voor mij?"
"Nayeli, Yalina is jarig, en morgenavond eten jullie taart, met banaan en chocolade!"
"Qju, moet ik een toneeltje voor jou spelen?"
 
 Fijne vakantie!